| De WPPSI-R is een intelligentietest voor kinderen tussen 4.0 en 7.6 jaar. Deze test geeft aanwijzingen over de leermogelijkheden van het kind. Op basis van deze testgegevens alleen kunnen nooit conclusies getrokken worden. Juist jonge kinderen zijn nog volop in ontwikkeling. Bij de interpretatie van de testresultaten dient rekening gehouden te worden met de jonge leeftijd van het kind.
Het algemene intelligentieniveau wordt uitgedrukt in een totaal IQ score. Daarnaast wordt tijdens de afname van de test een goede indruk gekregen van de werkhouding van het kind in de één-op-één-situatie.
De test bestaat uit twaalf onderdelen. Zes daarvan doen een beroep op de taal-denkontwikkeling. Hiermee wordt de verbale intelligentie in kaart gebracht. Ter introductie wordt vaak gebruik gemaakt van visuele ondersteuning bij de vragen. Vervolgens moet het kind allerlei mondelinge vragen beantwoorden.
Bij de overige zes onderdelen werkt het kind met concreet materiaal, bijvoorbeeld met puzzels en blokjes. Hierbij speelt ruimtelijk inzicht en het handig kunnen oplossen een belangrijke rol. Hiermee wordt een beeld verkregen van de performale intelligentie.
Hieronder volgt een korte beschrijving van de testonderdelen, die als volgt gegroe- peerd kunnen worden:
Verbale Intelligentie:
Dit betreft testonderdelen die een beroep doen op feitenkennis, logisch denken en uitdrukkingsvaardigheid.
- Informatie: hierbij worden vragen naar algemene kennis gesteld.
- Begrijpen: bij dit onderdeel gaat het om vragen over wat je kunt doen in verschillende sociale en praktische situaties.
- Rekenen: hierbij gaat het om inzicht in basisbegrippen (bijvoorbeeld ‘meer' en minder) en eenvoudige rekensommetjes in verhaalvorm.
- Woordenschat: bij dit onderdeel moet de betekenis van woorden omschreven worden.
- Overeenkomsten: de overeenkomst tussen twee dingen/begrippen moet worden aangegeven.
- Zinnen nazeggen: hierbij gaat het om het herhalen van -steeds langere-voorgezegde zinnen.
Performale intelligentie:
Dit betreft testonderdelen die betrekking hebben op aandacht voor details, het analyseren van patronen, het samenvoegen van details tot gehelen.
- Figuur leggen: hierbij moeten legpuzzels worden gemaakt.
- Geometrische figuren: bij dit onderdeel moet een aantal figuren worden nagetekend.
- Blokpatronen: hierbij gaat het om het namaken van mozaïekfiguren met behulp van gekleurde blokjes.
- Doolhoven: het vinden van de weg naar de uitgang in voorgedrukte doolhoven.
- Onvolledige tekeningen: het vinden van ontbrekende details in tekeningen.
- Dierenhuis: het sorteren van gekleurde staafjes volgens een voorbeeld.
|