De RAKIT is een intelligentieonderzoek voor kinderen van 5;2 tot 11;2 jaar. Deze test meet de algemene intelligentie en geeft daarnaast geeft gedetailleerde cognitieve informatie.
De test kan een bijdrage leveren aan tijdige onderkenning van ontwikkelings-achterstanden en/of leerproblemen, adviezen inzake schoolkeuze en aan het behandelingsproces van kinderen. Het algemene intelligentieniveau wordt uitgedrukt in een totaal IQ score.
In aanvulling op het IQ kunnen de volgende factoren worden onderscheiden.
De perceptuele redeneerfactor:
De opdrachten doen een beroep op het abstract (logisch) redeneren, nauwkeurig waarnemen en het niet afgeleid worden door details.
- exclusie: uit vier abstracte figuren er één kiezen welke niet voldoet aan een regel waaraan de drie andere wel voldoen;
- analogieën: het zoeken van een verband tussen twee begrippen, bijv. jongen-man; meisje-......;
- verborgen figuren: het ontdekken van een figuur dat verborgen zit in een grotere, complexe tekening;
- kwantiteit: het maken van vergelijkingen met betrekking tot aantal, volume, gewicht, oppervlakte, lengte, e.d.;
- schijven: het zo snel mogelijk plaatsen van schijven met gaatjes op een bord met opstaande staafjes;
- figuur herkennen: het benoemen van onvolledige tekeningen.
De verbale leerfactor:
De opdrachten hebben een sterk mondeling (verbaal) aspect. Het gaat om het kennen èn kunnen leren van betekenisinhouden.
- woordbetekenis: bij een gegeven woord het juiste plaatje aanwijzen (passieve woordenschat);
- namen leren: aan poezen en vlinders worden op grond van hun uiterlijk namen gegeven, die vervolgens tot tweemaal toe teruggevraagd worden.
Ruimtelijke oriëntatie- en tempofactor:
Deze opdrachten doen een beroep op ruimtelijk inzicht en motorische vaardigheden.
Bovendien is er steeds een snelheidsfactor in het spel.
- doolhoven: met een soort pen zo snel mogelijk een doolhof doorlopen;
- schijven: het zo snel mogelijk plaatsen van schijven met gaatjes op een bord met opstaande staafjes;
- ideeënproductie: in korte tijd zoveel mogelijk begrippen binnen een categorie noemen.
De verbale vlotheidfactor:
- ideeënproductie: in korte tijd zoveel mogelijk begrippen binnen een categorie noemen;
- vertelplaat: het kunnen vertellen van een verhaal in een logische samenhang.
Tot slot het onderdeel 'geheugenspan' hetgeen niet is opgenomen in de bovengenoemde factorverdeling. Het gaat hierbij om het kunnen reproduceren van een reeks figuren in de juiste volgorde. Het visueel geheugen speelt een centrale rol.